Friederikeneiche, Hude

Wetenschappelijke naam – Quercus robur

Nederlandse naam – Zomereik

Standplaats – Hasbrucher Urwald, Hude, Duitsland

Bijzonderheden – een oeroude boom

De Friederikeneiche heeft een leeftijd van circa 1.200 jaar. Het is de oudste levende eik in Hasbruch, die tevens wordt gezien als de oudste boom van Nedersaksen.

Hasbruch is een natuurgebied van 630 ha in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Het is een grotendeels uit eiken en haagbeuken bestaand bos, dat ongeveer 20 km ten oosten van Oldenburg ligt. Hoewel het vaak als een oerbos wordt beschouwd, werden grote delen ervan eeuwenlang voor bosbouw benut. De bodem van het gebied bestaat grotendeels uit kalkrijke leem. In combinatie met een hoge vochtigheid bevordert dit de groei van eiken, beuken en haagbeuken. 

Hasbruch wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1258, waarbij de toenmalige eigenaar van het gebied, het klooster van Hude, aan boeren in de omgeving de gebruiksrechten van het bos verleende. Het gebied werd tot in de achttiende eeuw door plaggen en (soms illegale) houtkap sterk verkleind. Hasbruch was bovendien eeuwenlang in gebruik als bosweide, totdat in de negentiende eeuw de boeren een voor een hun gebruiksrechten verkochten. De laatste deed dat in 1882. Tot die tijd gebruikten ze de beuken door op een hoogte van 2 - 3 meter om de 10 tot 40 jaar alle nieuw ontwikkelde takken af te hakken voor timmer- en brandhout.

De ontwikkeling van Hasbruch tot een natuur- en recreatiegebied begon in 1830, toen in het bos de eerste wandelpaden werden aangelegd. Op de open delen werd een eiken- en beukenbos aangelegd en de afwatering werd verbeterd. De tegenwoordig 180 - 200 jaar oude bomen stammen uit deze tijd, op een enkele plaats afgewisseld door veel oudere bomen. Een deel is als Naturwaldreservat verklaard, wat met zich meebrengt dat dit deel van Hasbruch niet voor bosbouw mag worden gebruikt en ook niet wordt onderhouden. Dit deel van het gebied wordt vaak als oerbos gezien. Geleidelijk beginnen de beuken hier de overhand te krijgen omdat ze voor veel schaduw zorgen en daarmee andere soorten verdringen. De beuk kan zich op schaduwrijke plekken juist goed ontwikkelen. De eik, die tijdens de groei veel licht nodig heeft, komt hier alleen nog in een klein aantal sterke, oude exemplaren voor.

Kunstschilders, onder andere twee hofschilders van de Groothertog van Oldenburg hebben in de eerste helft van de 19e eeuw de toen al zeer oude eiken op doek vastgelegd. Hierdoor, en door de belangstelling van natuurliefhebbers, werd Hasbruch al in de 19e eeuw bekend in Duitsland.